Kosten re-integratie blijven discutabel

donderdag 15 juli 2010 | 10:29 uur | Nieuwsbericht

Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft maandag 12 juli twee onderzoeken over re-integratie naar de Tweede Kamer gestuurd. Uit de onderzoeken komt bovenal naar voren dat de kosten en resultaten van gemeenten en UWV met de gekozen onderzoeksmethodiek nauwelijks met elkaar te vergelijken zijn. Ook de kosten voor gemeentelijke re-integratietrajecten blijven discutabel.

Het onderzoek naar kosten en resultaten laat zien dat aan de uitvoering van de verschillende regelingen in de sociale zekerheid uiteenlopende prijskaartjes hangen. De verklaringen van de onderzoekers lopen uiteen van verschillen in wet- en regelgeving tot verschillende kenmerken van uitkeringsgerechtigden. Deze duiding is voor VNG en Divosa herkenbaar. Het is immers logisch dat de begeleiding van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt meer tijd en inspanning kost dan van mensen die voor een groot deel zelfredzaam zijn.

Kosten gemeentelijke re-integratie

Om de kosten van een re-integratietraject door gemeenten te kunnen berekenen heeft SEO een flink aantal aannames moeten doen. VNG en Divosa hebben ervoor gepleit de berekende trajectprijzen via andere bronnen (gemeenten, sw-instellingen, re-integratiebedrijven en roc’s) te checken op hun werkelijkheidswaarde, maar daar was helaas geen tijd meer voor.

Conclusie

In een brief aan de vaste Kamercommissie wijzen Divosa en VNG erop dat met deze rapporten in de hand er dus geen duidelijke conclusies kunnen worden getrokken. Met de komst van de participatie ladder is echter wel een belangrijke stap gezet op weg naar meer transparantie. Vervolgonderzoek op basis van de ladder zal veel beter inzicht kunnen geven in kosten, resultaten en effectiviteit. De inspanningen van VNG en Divosa zijn erop gericht om in zo veel mogelijk gemeenten de participatieladder in te voeren.

Zie ook:

Het complete nieuwsarchief