Kinderen minima gebaat bij betere samenwerking

vrijdag 13 mei 2011 | 11:27 uur | Nieuwsbericht

Lokale samenwerking rond armoedebestrijding moet zich meer richten op het bereiken van kinderen uit minimagezinnen en op de participatie van minima. Gemeenten en maatschappelijke organisaties spreken uit dat ze dat belangrijk vinden, maar in de praktijk kan en moet er nog veel gebeuren. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Sterk en samen tegen armoede’ van het Verwey-Jonker Instituut.

Het huidige armoedebeleid is steeds vaker gericht op het doorbreken van afhankelijkheid en het bevorderen van participatie, zelfredzaamheid en eigen kracht van minima. In 2010, het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, onderzocht het Verwey-Jonker Instituut in 23 gemeenten vooral de broodnodige samenwerking tussen gemeente en maatschappelijk middenveld.

Goede gastvrouw

Het onderzoeksinstituut concludeert dat het bereiken van kinderen uit minimagezinnen een belangrijk aandachtspunt blijft en de samenwerking rond participatie van minima in bijna alle gemeenten meer aandacht verdient. Volgens de onderzoekers is het van groot belang dat gemeenten de samenwerking met het maatschappelijk middenveld (inclusief vrijwilligersorganisaties) blijven faciliteren. Als een ‘goede gastvrouw van het lokaal initiatief’ maakt de gemeente afspraken over wie wat doet. Minima hoeven dan niet meer van het kastje naar de muur en worden daadwerkelijk beter geholpen.

In de rechterkolom naast dit bericht kunt u het rapport downloaden.

Contactpersoon

Hidde BrinkHidde Brink
procesmanager
06 - 13 93 51 09

Downloads