Gemeenten aan zet op eigen werkplein

donderdag 5 mei 2011 | 09:21 uur | Nieuwsbericht

Ook nu het bestuursakkoord klaar is, blijft er nog veel onduidelijk. De Wet werken naar vermogen (Wwnv) moet nog worden uitgewerkt en ook over de toekomst van de werkpleinen is het laatste woord niet gezegd. Toch zijn er twee ontwikkelingen kristalhelder volgens Saskia Visser, voorzitter van de Divosa-commissie Dienstverlening: concentratie van de dienstverlening van het UWV en extra taken voor gemeenten. Werkpleinen blijven bij die ontwikkelingen hard nodig.

“Allereerst is duidelijk dat het UWV de dienstverlening aan werkgevers en de informatie over de regionale arbeidsmarkt gaat concentreren op dertig regionale vestigingen. Ten tweede komen er meer taken richting gemeenten op het terrein van werk en inkomen, zorg en jeugdzorg. Als gemeenten bereid zijn actief aan de slag te gaan met ‘hun’ werkplein, hebben deze zonder meer toekomst.”

Keuzes

Kernvragen waar gemeenten bij hun keuzes rond hun werkplein een antwoord op moeten geven zijn: Hoe kunnen we zo veel mogelijk mensen een deel van hun uitkering laten verdienen? En hoe kunnen we dat zo doen dat het bijdraagt aan de financiële en inhoudelijke uitdagingen waar gemeenten voor staan? “We zien nu al gemeenten die daarbij dwarsverbanden overwegen tussen Wwb en Wmo of bundeling van werkplein en sw-bedrijf.”

Samenwerking

Visser vindt dat, redenerend vanuit de inhoud, honderd werkpleinen hard nodig blijven. “Fysieke nabijheid is belangrijk, zeker nu de rol van gemeenten bij intake en assessment alleen maar groter wordt. Er is ook grote behoefte aan maatwerk in de werkgeversdienstverlening. Directe verbindingen met werkgevers en een korte afstand tot het MKB zijn cruciaal voor succes. Maar we kunnen ook niet zonder samenwerking op regioniveau: omdat veel mobiliteit regionale mobiliteit is, voor afspraken met grote werkgevers of sectoren, voor de aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt. Ook zijn veel landelijke programma’s georganiseerd op deze schaal. We moeten de samenwerking tussen de ‘plus’-vestigingen en de andere werkpleinen dus passend bij de lokale en regionale dynamiek per gebied concretiseren en daar de rol van UWV in betrekken. Dat betekent niet dat kleinere werkpleinen bijwagens worden”.

Behoeften

Dat de werkpleinen onderling van elkaar gaan verschillen is voor Visser op voorhand duidelijk. “Gemeenten zullen uiteenlopende keuzes maken: voor brede werkpleinen mét zorg en welzijn, voor smalle werkpleinen gericht op werk en inkomen, met e-dienstverlening of loketten in de wijk, etc. Het is evident dat de behoeften in de Randstad anders zullen zijn dan die in de noordelijke provincies. Maar zolang de inhoud blijft staan, hoeft dat geen probleem te zijn.”

Gerelateerde dossiers

Contactpersoon

Gina JongmaGina Jongma
procesmanager
06 - 20 49 33 77

Het complete nieuwsarchief