Gemeentelijke re-integratie is effectief
In een vandaag gepresenteerd advies herhaalt het Nicis/CSI een aloude stelling dat re-integratiebeleid alleen effectief is als mensen een betaalde baan vinden. Maar effectiviteit is meer dan de uitstroom naar betaald werk. Het is daarom uitermate kort door de bocht om te zeggen dat een traject ruim 500.000 euro kost.
- Het is een simplistisch rekensommetje om het budget voor re-integratie te delen door het aantal mensen dat een baan heeft gevonden. Een kwart van dat gemeentelijke budget gaat bijvoorbeeld naar de WIW- en ID-banen.
- Het is nog korter door de bocht om de cijfers voor netto effectiviteit te gebruiken en het re-integratiegeld vervolgens te delen door het schimmige aantal mensen dat dankzij een re-integratietraject een baan zou hebben gevonden. Onderzoeken naar deze zogenaamde netto effectiviteit zijn niet eenduidig. En dat is ook logisch, want hoe bepaal je of één oorzaak (het traject) leidt tot een baan. Iedereen weet dat de werkelijkheid veel complexer is.
- Het is onzin om te stellen dat het re-integratiebudget alleen zinvol is besteed als re-integratietrajecten naar werk leiden. Sociale activering is ook een resultaat. Bovendien zijn sociale diensten alweer een stap verder. Zij willen het budget ook graag preventief besteden. Dus geld investeren in mensen om te voorkomen dat er überhaupt gereïntegreerd moet worden. De resultaten daarvan worden niet meegenomen in onderzoek.
De re-integratie van bijstandsgerechtigden is vaak een langdurig proces dat stapje voor stapje gaat. Niet iedereen komt na het afsluiten van een traject meteen aan het werk. Maar zo iemand doet misschien wel weer vrijwilligerswerk en levert zo een bijdrage aan de maatschappij. Grote kans dat het vrijwilligerswerk ook een eerste stap richting arbeidsmarkt is.
re-integratiebeleid is ook goed voor de mindset van mensen. Sinds de invoering van de Wet werk en bijstand is er een knop omgegaan bij sociale diensten én bij uitkeringsgerechtigden. Thuis zitten is geen optie meer. Iedereen doet mee, of je nu wilt of niet. Als het kan in een reguliere betaalde baan. Voor wie dat nog te ver weg is, zijn er participatiebanen, sociale activeringstrajecten en trainingen. Sociale diensten willen niemand afschrijven. Wie als maatschappij zegt dat iedereen mee mag doen, moet dat ook waarmaken.
Uit de evaluatie van de Wet Werk en Bijstand blijkt bovendien dat sociale diensten veel succes boeken. In 2007 is het aantal bijstandsuitkeringen voor het derde achtereenvolgende jaar fors gedaald. Eind december werden 275 duizend uitkeringen geteld. Dat is 60 duizend minder dan eind september 2004, vlak na invoering van de Wet Werk en Bijstand.
Deze goede resultaten zijn het gevolg van re-integratie-activiteiten in combinatie met een actief fraudebeleid en directe bemiddeling van uitkeringsgerechtigden naar werk op het moment dat zij aankloppen voor een uitkering. Let wel: het gaat om de combinatie. De ene activiteit ondersteunt de andere. Er zijn genoeg mensen die hun uitkeringsaanvraag intrekken als zij te horen krijgen dat zij de volgende dag moeten starten in een re-integratietraject in het kader van work first-beleid van een gemeente.
Tot slot zijn sociale diensten in hun werkwijze al weer een stap verder. Zij werken ook aan preventie: het voorkomen dat mensen afhankelijk worden van een uitkering. Het is ouderwets om te stellen dat sociale diensten pas in actie mag komen (en geld mogen uitgeven) als iemand niet zelf een baan vindt. De uitvoering maakt op dit moment, juist ook gezien de eisen van de huidige flexibele arbeidsmarkt, de beweging naar preventie. Sociale diensten grijpen in voordat het kalf verdronken is. Sociale zekerheid is er om in mensen te investeren en ze weerbaar te maken op de arbeidsmarkt. Het liefst zetten we middelen in voor mensen die aan de onderkant van de arbeidsmarkt werken.
Divosa begrijpt niet dat een gerenommeerd kennisinstituut als het Nicis zich vanuit publiciteitsoverwegingen heeft laten verleiden tot ongenuanceerde uitspraken in de pers die bovendien zijn gebaseerd op verouderde cijfers van 1999 tot 2005. De periode van grotendeels vóór invoering van de Wet werk en bijstand.
