CBS/SCP: Armoede in Nederland neemt toe
Uit het Armoedesignalement 2011 van CBS en SCP blijkt dat beide instanties verwachten dat de armoede in 2011 en 2012 toeneemt. Ondanks het economisch herstel in 2010 nam de armoede niet af. Zelfstandig ondernemers vormen een steeds groter deel van de armen die verder bestaan uit éénoudergezinnen, alleenstaanden jonger dan 65 jaar, bijstandsgerechtigden en kinderen.
Niet minder armoede in 2010
In 2010 herstelde de economie zich enigszins van de zware recessie. Dit vertaalde zich echter niet in een lagere kans op armoede. 529 duizend huishoudens (met daarin bijna 1,1 miljoen personen) verkeerden dat jaar onder de lage-inkomensgrens. Dat is 7,7 procent van het totaal, net zoveel als in 2009.Toenemende armoede in 2011 en 2012
De ramingen duiden erop dat in zowel 2011 als 2012 het aandeel huishoudens onder de lage-inkomensgrens met 0,4 procentpunt zal stijgen. Over beide jaren samen is dat een toename met bijna 60 duizend huishoudens. Het aantal huishoudens met een laag inkomen komt daardoor in 2012 naar verwachting uit op 588 duizend (8,5 procent).
Eenoudergezinnen hebben vaak een laag inkomen…
Eenoudergezinnen met uitsluitend minderjarige kinderen moesten in 2010 met 26 procent relatief het vaakst rondkomen van een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Tevens liepen zij met 8 procent relatief het vaakst risico op langdurige armoede. In voorgaande jaren was de kans op armoede onder deze eenoudergezinnen ook steeds het hoogst, maar er is sprake van een duidelijk dalende trend in het aandeel met een laag inkomen.…
...net als alleenstaanden en bijstandsontvangers
Ook onder alleenstaanden tot 65 jaar (17 procent) komt een inkomen onder de lage-inkomensgrens naar verhouding vaak voor. Onderscheiden naar voornaamste inkomensbron liep 65 procent van de huishoudens met bijstand in 2010 kans op armoede, waarbij 37 procent al vier jaar of langer van een laag inkomen moest rondkomen.
Veel kinderen onder het niet-veel-maar-toereikendcriterium
In 2010 verbleef één op de tien kinderen jonger dan 18 jaar (327 duizend) in een gezin waar het inkomen beneden het niet-veel-maar-toereikendcriterium lag. Zij maken daarmee eenderde van de totale arme groep uit. Verwacht wordt dat dit in 2012 op zal lopen tot 11,1 procent (367 duizend kinderen), het hoogste peil sinds het begin van deze eeuw.
Werkende armen steeds vaker zelfstandig ondernemer
In 2010 waren er op basis van het niet-veel-maar-toereikendcriterium 317 duizend werkende armen: volwassenen met arbeid als voornaamste inkomensbron. De helft van hen (159 duizend) was zelfstandig ondernemer. Hun aandeel in de groep werkende armen (50 procent) is beduidend groter dan in 2000 (41 procent). Dat komt vooral door de toename van het totale aantal zelfstandigen.
Meer informatie:
- CBS/SCP Armoedesignalement 2011 (pdf, 3,3 MB)
- Interview Paul de Krom (KRO Radio 1, Goedemorgen Nederland, 6 december 2011)
