Divosa Voorjaarscongres 2012
Bij Divosa stijgt de spanning. We naderen het hoogtepunt van het jaar: het Voorjaarscongres. We hebben ons er lang en zorgvuldig op voorbereid. Het programma omgegooid toen de Wet Werken naar Vermogen strandde. De hamvraag is: Wat nu? Afwachten wat de politiek gaat doen? En ondertussen niets doen? Terwijl de crisis voortduurt en de werkloosheid blijft oplopen? Dat kunnen we ons niet veroorloven, de financiële gevolgen kunnen we niet negeren. Ook onze klanten zijn daarmee niet geholpen. Wat dan wel? Hoe gaan we het komende jaar in? Wat betekent dat voor ons? En wat gaan we doen? Graag gaan we daarover met jou, deskundigen en politiek in gesprek op ons Voorjaarscongres.
Hieronder vindt u het verslag van het congres.
14 juni - Annemarie Jorritsma
Annemarie Jorritsma begint met een ode aan Almere. Ze benadrukt dat ze hier staat als burgemeester van Almere en vooral niet als voorzitter van de VNG. Ze zou graag wat vrolijks willen zeggen over het voetbal, maar doet dat maar niet. Wel vraagt ze: houden wij nog van Oranje?
Vorig jaar was het congres in Maastricht. Het contrast kan bijna niet groter. Maastricht is één van de oudste steden van Nederland. Veel mensen zijn er geboren en getogen. Almere bestaat pas dertig jaar en iedereen die er woont, is eigenlijk een vreemdeling. Voor die nieuwelingen moet de band met de stad eigenlijk liefde op het eerste gezicht zijn.
Jorritsma is somber over de golf van decentralisaties die op gemeenten afkomt en vindt het jammer dat het zo moet gaan. Ze hoopt dat sociale diensten de energie houden om door te gaan met de voorbereidingen. Als ze het programma van het congres doorloopt, wijst ze op het belang van samenwerking. Die samenwerking heeft de toekomst.
Verder heet Jorritsma de congresbezoekers welkom in Almere en hoopt dat ze tegen de stad kunnen zeggen: Ik ook van jou!
14 juni - Alex Brenninkmeijer
Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer stelt dat het congresthema eigenlijk precies zijn verhaal samenvat. In de relatie met de rijksoverheid, in dit geval het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is de liefde lang niet altijd wederzijds. Als het ministerie zegt ‘ik hou van jou’, zeggen wij dan ‘ik ook van jou’? En andersom. Zeggen sociale diensten ‘ik hou van je’ tegen het ministerie? Als Ombudsman valt het Brenninkmeijer op dat de relatie tussen de rijksoverheid en gemeenten vaak net zo is als die tussen de overheid en de burger.
Volgens Brenninkmeijer komen er vier dingen steeds weer terug die een goede relatie tussen burger en overheid in de weg zitten: wantrouwen, paternalisme, versnippering en controlebureaucratie. Hij ziet dezelfde problemen bij de verhouding tussen Den Haag en de lagere overheden. Is die relatie altijd gebaseerd op wederzijds vertrouwen en een gelijkwaardig partnerschap? Zijn er niet teveel instanties en schema’s? Wordt er niet te vaak arrogant met een vingertje gewezen en gezegd ‘zo moeten jullie het doen, want wij weten het beter’? “Wat me vaak opvalt in gesprekken met mensen van gemeenten” zegt Brenninkmeijer, “is dat als iemand met enthousiasme en inzet een fantastische oplossing heeft bedacht, er verbaasd gereageerd wordt en er uit Den Haag meestal klinkt dat dat niet in de regelgeving past.” Gemeenten zouden in Den Haag de vraag op tafel moeten leggen welke instrumenten er nodig zijn om hun werk te kunnen doen. En Den Haag moet gemeenten de ruimte geven deze instrumenten te gebruiken in plaats van ze in de weg te zitten met teveel complexiteit. Net als de overheid de burger de ruimte moet geven. Alleen dan benut je de kracht die van onderop komt. Gemeenten zouden de kracht moeten hebben om dingen voor de burger bij elkaar te brengen. “Welke kracht heeft u nodig”, vraagt Brenninkmeijer, “om voor elkaar te krijgen dat zoveel mogelijk mensen mee gaan doen?”
14 juni - Nicolette van Gestel
‘Ik ook van jou’ slaat op wederkerigheid, wederzijdsheid. Nicolette van Gestel, hoogleraar Nieuwe sturingsvormen in sociale zekerheid en arbeidsvoorziening in Tilburg, stelt de vraag of er wel harmonie zit in de relaties die sociale diensten aangaan met hun klanten, met werkgevers en met ketenpartners.
Ze haalt de cijfers van de Divosa-monitor 2011 (later op het congres gepresenteerd door René Paas) erbij. Het bijstandsbestand is gegroeid sinds 2008. Dit is triest, maar kijk ook eens waar we vandaan komen, zegt Van Gestel. In 2008 was het beter dan 2005 en toen zat er al elf procent verbetering in ten opzichte van een paar jaar eerder. De toename van de instroom wordt voor een groot deel veroorzaakt door externe factoren: de economische crisis. Gemeenten moeten niet de pretentie hebben daar veel aan te kunnen doen, zeker niet nu ze minder geld krijgen. Gemeenten die een streng preventiebeleid voeren om de instroom te beperken, doen het niet aantoonbaar beter dan gemeenten die daar minder energie in stoppen. Ook het effect van uitstroom is twijfelachtig: slechts acht procent van het bijstandsbestand is vorig jaar uitgestroomd. Teveel energie en middelen daaraan besteden kan volgens Van Gestel alleen maar leiden tot verwaarlozing van de zorgtaak voor die andere 92 procent.
De helft van het bijstandsbestand zit op trede 1 en 2 van de participatieladder. Die hebben andere dienstverlening nodig dan de klanten op de hogere treden. Voor de bovenkant van de ladder moeten gemeenten zich focussen op de uitstroom naar werk, voor de onderkant meer op de zorgvraag. Volgens de Divosa-monitor (Van Gestel benadrukt nog eens: “Dit is wat U vindt, niet wat ik vind of iemand anders!”) geeft 80 procent van de diensten prioriteit aan het kansrijke deel van het bestand en slechts 1 procent aan het kansarme. Stel nu dat blijkt dat het UWV beter is in het begeleiden naar werk van de kansrijken, waarom laten we die taak dan niet aan het UWV over? Sociale diensten kunnen zich dan focussen op de zorgtaak, waar zij beter voor toegerust zijn. Sociale diensten zijn nu zo’n 15 jaar bezig met samenwerking met het UWV en nu kunnen ze weer overnieuw beginnen. “Dat lijkt me enorm frustrerend” aldus Van Gestel. “Zoek die samenwerking op. Met het UWV, maar ook met werkgevers en uitzendorganisaties.” Een bijkomend voordeel is dat sociale diensten dan ook minder afhankelijk zijn van het grillige Den Haag. “Jullie zijn altijd druk bezig met mensen hun eigen kracht”, zegt Van Gestel. “Dat geldt toch net zo goed voor jullie zelf? Jullie moeten zorgen dat jullie het op eigen kracht kunnen, onafhankelijk van of er nu wel of geen nieuwe wet komt.”
14 juni - René Paas
Divosa-voorzitter René Paas stelt dat we geneigd zijn een bepaalde periode in de geschiedenis terug te brengen tot een punt. Bijvoorbeeld de jaren dertig, die herinnert iedereen zich alleen als de ‘crisisjaren’. Dat er toen ook veel goed nieuws was, zoals bijvoorbeeld de oprichting van Divosa, herinnert niemand zich meer.
Het jaar 2011 is nog te kort geleden om tot een punt terug te brengen, maar als dat gebeurt zal het ongetwijfeld zijn als ‘het jaar van het megatekort’. Het meest opvallende cijfer uit de Divosa-monitor 2011 is het enorme financiële tekort dat sociale diensten hebben opgelopen. Het bijstandsbestand groeide als gevolg van de recessie, na een korte opleving in het najaar van 2010. 2011 was ook een jaar waarin het beleid strenger begon te worden. Gemeenten gingen meer eisen stellen om verdere groei van het bestand tegen te gaan. Of er een correlatie is tussen strengere preventie en minder instroom, valt nog te bezien.
Paas ziet de arbeidsmarkt veranderen richting steeds meer flexwerk. Hier is niets aan te doen. Of ze het leuk vinden of niet, sociale diensten zullen hiermee moeten leren leven. Het is vaak moeilijk om bijstandsgerechtigden een tijdelijke baan aan te bieden, omdat ze zich afvragen: wat als mijn contract afloopt? Kan ik dan weer bij de sociale dienst terecht? Of sta ik dan in de kou? Sociale diensten moeten klanten de zekerheid bieden ze nodig hebben om ook tijdelijk werk aan te nemen.
Hoe wordt 2012? Het jaar van de gemiste kansen? Het begon met een hoop tumult, met nieuwe wetgeving die met veel bombarie op sociale diensten werd afgevuurd. Veel van wat toen werd bedacht, wordt nu alweer teruggedraaid, maar of we net zo makkelijk van de bezuinigingen af komen is maar de vraag. Het is een deprimerend beeld. Het wordt ingewikkelder, met minder mogelijkheden en een kleiner budget. Daarom vraagt Paas: hoe belangrijk is Den Haag eigenlijk? Als Den Haag geen koers kan houden, moeten sociale diensten zelf hun koers bepalen. “We moeten het zelf doen” zegt Paas. “Samen kunnen we het aan. Geef nooit op!” Daarbij is het belangrijk om elkaar te spreken, zoals bijvoorbeeld hier op dit congres. Verschillen van inzicht moet je koesteren. Ga met elkaar in gesprek. “Stel jezelf de vraag: ‘hoe gaan wij samen de wereld beter maken?’ ‘Ik ook van jou’ zeggen sociale diensten in 2012 dus tegen elkaar!”
14 juni - Herma Nauta, Jacques Blaauw, Carin Wormsbecher
“Iedereen heeft een beperking”
Samenwerking, daar draait het dus om. Bijvoorbeeld samenwerking met werkgevers. Hoe verleid je nu werkgevers tot het in dienst nemen van mensen met een beperking? Bij Ahold zijn al zo’n 600 managers van supermarkten verleid om dit te doen. “Wij hebben geen lijst met vacatures om bij het werkplein te laten zien” zegt Herma Nauta, consultant Heath and Safetyvan Ahold. “Daar gaan ze vaak heel moeilijk mee om. Bij het UWV begint nu voorzichtig het besef door te dringen dat ze hiermee zullen moeten leren leven. Als ze hun doelstelling willen halen, zullen ze klantgericht moeten denken en handelen. Dus doen wat de werkgever wil.”
En wat willen werkgevers? In ieder geval niet vermoeid worden met een woud van regels en procedures. Werkgevers willen ontzorgd worden, de gemeente moet hen het administratieve deel uit handen nemen. Nauta “een manager moet aan een wajonger eigenlijk niet meer werk hebben dan aan aan ‘gewone’ medewerker.” Even belangrijk is een positieve insteek. “Als je mensen bij een werkgever wilt plaatsen, verleid je ze niet door te zeggen ‘het wordt heel moeilijk’”
Jacques Blaauw, manager van KLM Catering Services, valt haar bij. “Iedereen heeft een beperking. Mensen zonder een beperking bestaan niet.” Als je zo denkt, vervaagt de grens tussen mensen die niet kunnen werken en mensen die dat wel kunnen. “Hou het simpel”, zegt Blaauw. “Geen regels of beleidsplannen. Ga gewoon uit van wat mensen wel kunnen.”
Carin Wormsbecher, die Drukkerij Wedding overnam toen haar man overleed, bevestigt dit. “Ik had zelf een beperking: ik kon helemaal geen bedrijf runnen. Dacht ik tenminste, maar ik bleek het wel te kunnen. Dat kan voor iedereen gelden.”
14 juni - Paul de Krom
Paul de Krom opent de digitale boekenkast
Een website met daarop alle relevante literatuur, onderzoeken en goede voorbeelden. Een schat aan kennis die te vinden is in de ‘digitale boekenkast’ - een samenwerking tussen Divosa en het ministerie van SZW - die formeel is geopend door demissionair staatssecretaris Paul de Krom. De Krom hoopt dat deze boekenkast bijdraagt aan verdere professionalisering van sociale diensten. Uit onderzoek blijkt dat slechts 14 procent van de klantmanagers methodisch werkt. Dat percentage moet veel hoger, vindt De Krom. Zeker nu er weinig geld is en het dus belangrijk is dat er maximaal rendement gehaald wordt uit een euro. Verder is er volgens hem nog veel winst te behalen op het gebied van kennis van het klantenbestand, vacatures en de regionale arbeidsmarkt.
De Krom is teleurgesteld dat de Wet werken naar vermogen nu controversieel is verklaard. Zeker na bijna dertig uur debat in de Tweede Kamer en alle voorbereidingen die sociale diensten al getroffen hadden. Betekent dat dat alle werk voor niets is geweest? Nee, zegt De Krom, want hoe dan ook moet er wat gebeuren. “Als we niks doen blijven er een half miljoen mensen met een uitkering onnodig thuis zitten. We kunnen en moeten gewoon door met andere programma’s , zoals de samenwerking met werkgevers en de Impuls Vakmanschap. Van uitstel mag geen afstel komen.”
Toespraak Paul de Krom: www.rijksoverheid.nl
14 juni - Ineke Smidt
De kracht van Almere in 3D
Het Rijk hevelt grote delen van de maatschappelijke ondersteuning van inwoners over naar gemeenten. Voor de gemeente Almere is dit hét moment om deze ondersteuning anders en beter te organiseren. Zonder schotten tussen werk, jeugd en zorg. Aldus wethouder participatie, zorg en inkomen van new town Almere.
De drie D’s, die tot voor kort stonden voor de drie decentralisaties, worden in Almere drie Dimensies om naar sociaal beleid te kijken. “Want de D’s zijn bij ons net zo flexibel als wijzelf” zegt Smidt.
Zoals in het oorspronkelijke advies van de commissie De Wit stond, moet er écht één regeling voor de kwetsbaren in de samenleving komen. Dus moet het sociaal beleid in Almere drastisch op de kop. “We doen even alsof alle regelgeving niet bestaat en stellen de vraag van de burger weer centraal, niet het aanbod”, aldus Smidt. Dat de drie decentralisaties nu on hold zijn gezet, betekent niet dat het gedachtegoed weg is.
Dit betekent dat niet alleen de gemeente een omslag moet maken, maar ook de partners waarmee de gemeente samenwerkt. Ook aan werkgevers moet je duidelijk maken wat mensen wel kunnen en niet wat ze niet kunnen. Het midden- en kleinbedrijf wil hier zeker in mee, mits ze niet worden bedolven onder bureaucratie.
15 juni - In gesprek met kamerleden
Vrijdagmorgen ontvangt Divosa de kamerleden Malik Azmani (VVD), Mirjam Sterk CDA, Sadet Karabulut (SP) Mariëtte Hamer (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks). Nu de huishoudtoets van de baan is en het debat rond de Wet werken naar vermogen stil ligt, vragen sociale diensten zich af wat ze na de komende verkiezingen kunnen verwachten van de politiek.
Wat willen sociale diensten nu dat de politiek écht gaat doen? De kamerleden gaan eerst elk afzonderlijk in gesprek met groepjes congresbezoekers. Ze zijn zelf aan het woord, maar luisteren ook naar aanbevelingen en wensen van sociale diensten. Daarna is het tijd voor een plenair debat.

Iedereen is het er eigenlijk over eens dat er een nieuwe wet gaat komen, of die nu Wwnv heet of anders. “De beweging naar één regeling is niet te stuiten” zegt Klaver van GroenLinks. Dat de kans om die nu in te voeren gemist is, heeft staatsscretaris volgens Mariëtte Hamer van de PvdA aan zichzelf te wijten. “Hij is op een buitengewoon arrogante manier met de oppositie omgegaan door het vanzelfsprekend te vinden dat hij wel een meerderheid kon vinden.” Alleen SP-kamerlid Karabulut is niet teleurgesteld dat de wet nu in de ijskast staat. “Als het aan mij had gelegen, was hij er nooit gekomen. Gemeenten kunnen nu niet verder met de uitvoering, maar ze kunnen wel verder met mensen aan het werk helpen en met werkgevers praten.” Hamer valt haar in dat laatste bij: “Als we niet in staat zijn werkgevers aan onze kant te krijgen, gaat het niet lukken.” Azmani van de VVD: “Een werkgever denkt toch meestal ‘what’s in it for me?’. Vanuit die benadering moeten we denken.” “Maar ik heb zelf werkgevers gesproken die zeiden ‘verplicht ons nou!’ “, aldus Hamer. Jesse Klamer wordt wel eens moe van de eeuwige strijd tussen links en rechts. “Ik erger me hoe simpel er wordt gedacht. De tegenstelling tussen liberalen en socialisten moeten we voorbij om samen in het midden iets moois te zoeken.”
Eén regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt dus. Ontschotten. Al erkennen alle kamerleden wel dat dit heel moeilijk is. Mirjam Sterk van het CDA: “Het is een illusie dat het gaat lukken alle schotten weg te halen, maar dit zijn wel hele belangrijke schotten die weg zullen moeten.” Azmiani snapt ook best dat veel mensen denken ‘die Haagse werkelijkheid, dat zal allemaal wel’. "Je kunt hier geen plan voor maken, dat zal regionaal ontwikkeld moeten worden".
Heeft Den Haag dan ook de zelfbeheersing om zich er niet mee te bemoeien? Volgens Karabulut is het het belangrijkste dat het Rijk het juiste kader stelt en gemeenten vervolgens de ruimte geeft om dit uit te voeren. “De tendens is altijd geweest om gemeenten meer bevoegdheden te geven en er vervolgens veel geld weg te halen. Dan kun je niet verwachten dat ze al die taken goed uitvoeren.” Hamer besluit: “We moeten over dat ontschotten geen ruzie maken, maar een manier vinden om er samen uit te komen.”
15 juni - Bas Haring
Volksfilosoof en hoogleraar Bas Haring heeft zo zijn twijfels bij de ambitie om mensen aan het werk te krijgen. Doen we dit echt wel voor hen, of eigenlijk voor ons zelf? Hij houdt de zaal en de samenleving een spiegel voor. Er heerst volgens hem een rare cultuur in Nederland, waardoor iemand die werkt altijd een zinvoller leven heeft dan iemand die niet werkt. Maar is het leven van iemand die voor zeven euro een fles shampoo verkoopt die maar drie euro hoort te kosten, wel zoveel zinvoller dan dat van iemand die geen geld verdient, maar wel vrijwilligerswerk doet? Haring weet niet wat erger is: één eurocent per persoon betalen voor een werkloze die niets doet, of vier euro teveel betalen voor een fles shampoo. Toch maken we ons in Nederland over dat eerste veel drukker.
Nederlanders moedigen elkaar volgens Haring te weinig aan om gelukkig te zijn. Werk en geluk gaan vaak hand in hand, maar toch niet altijd. Hij illustreert deze stelling met het verhaal van de jongen die op zijn zeventiende de beste wielrenner van de wereld was, maar eigenlijk liever gedichten schreef. “Drie jaar lang was hij tegen zijn zin profwielrenner. Mensen raadden hem af om te kiezen voor geluk. Nu schrijft hij gedichten. Slechte gedichten, maar hij is wel heel gelukkig.”
Volgens de politiek is geluk een luxethema, maar daar is Haring het niet mee eens. “We leven zo’n tachtig jaar lang op aarde en dat is het enige dat we hebben. Dan is toch het enige waar het echt om gaat dat we die tachtig jaar gelukkig doorbrengen?” Het probleem is alleen dat geluk niet stuurbaar en meetbaar is.
Er is wel eens gezegd dat je van werk gelukkig wordt, maar dat we niet precies weten van welk werk. “Wat dat betreft zitten de zogenaamde draaideurcliënten van de sociale dienst eigenlijk goed”, zegt Haring. “Want die experimenteren: dan dit baantje, dan even niets, dan weer een ander baantje en uiteindelijk komen ze hopelijk uit bij iets waarvan ze gelukkig worden.”
Hoe moeten maatschappelijke problemen worden aangepakt? Volgens Haring is het meestal niet mogelijk om met één allesomvattende oplossing te komen. “In Caracas besloot een stel architecten een tijdje geleden om een kabelbaantje aan te leggen. De reistijd van de ene kant van de sloppenwijk naar de andere, waar wellicht werk was, werd in één klap van twee en een half uur teruggebracht tot negen minuten. Voor heel veel mensen scheelt dat enorm.” Het moraal van dit verhaal: denk in terloopse, kleinschalige oplossingen in plaats van in onhaalbare allesomvattende plannen.
15 juni - René Paas
René Paas blikt terug op een volgens hem geslaagd voorjaarscongres. Er blijft veel onzekerheid en het voelt wellicht alsof Den Haag ons in de steek heeft gelaten. Maar, zegt de voorzitter van Divosa, “we hebben ook een antwoord gevonden. We blijven niet afwachten wat Den Haag doet, we bepalen zelf onze richting. Wij hebben laten zien dat we de vloer kunnen nemen en het verschil kunnen maken. Dat is pure winst.”
Politici komen en gaan maar vakmensen bij de sociale diensten blijven. Politici hebben recht op het beste advies en dat is het werk van de professionals. Dat advies hebben we gevonden: heb een langetermijnvisie en geef vertrouwen. Stel duidelijke kaders, maar geef ons de ruimte om ons vak uit te oefenen. Ontwikkel als bestuurders het talent om op je handen te zitten.
Maar als sociale diensten zeggen de beste adviseurs te zijn, moeten ze dat ook wel zijn. Daarom is vakmanschap zo belangrijk. “Wij zijn verliefd op ons vak” zegt Paas. “Maar als dat zo is, dan dwingt dat ons ook om in die professionaliteit te blijven investeren en het vreselijk goed te onderhouden. Liefde verplicht. Kijk waar je zelf goed in bent en ook wat anderen wellicht beter kunnen.”
Hoewel geluk misschien niet stuurbaar is, denkt Paas dat sociale diensten wel degelijk helpen de samenleving gelukkiger te maken. “Door goed te zijn in ons vak. Vragen wij mensen aan het werk te gaan voor onszelf? De bereidheid om geld te steken in mensen die het minder goed getroffen hebben, zal nog heel lang blijven. Maar elk slechte voorbeeld ondergraaft die solidariteit een stukje. Ons vakmanschap stelt ons in staat dit stelsel integer te houden.
Liefde is wederkerig, maar Paas vindt het niet erg als het af en toe aan de kant van de sociale dienst begint. “Wij houden van elkaar. Ik ook van jou!”
Foto-impressie
Een volledige beeldverslag van het congres vindt u op de Flickr-pagina van Divosa.





























































