Divosa voorjaarscongres 2009: 75 jaar van betekenis
Elk mens is van betekenis. En als sociale diensten kunnen we van betekenis zijn voor die mensen die nog een weg moeten afleggen; een weg naar werk, naar participatie of een schuldenvrij bestaan. Daar waren we voor, daar zijn we voor en daar blijven we voor.
10 juni
16.10 - Tof Thissen, voorzitter Divosa
Krachtig voor kwetsbaar
Ieder tijdsgewricht heeft zijn eigen opvattingen over de oorzaken van armoede en werkeloosheid, vertelt Tof Thissen. En die opvattingen leiden tot mensbeelden die bepalend zijn voor de wetten die we bedenken en de uitvoering die daarbij hoort.
Zo werden in het oprichtingsjaar van Divosa (1934) armen gezien als zielig of gevaarlijk. Na de oorlog zijn ze asociaal. Wie tijdens de wederopbouw nog steeds werkloos is, daar is volgens de heersende mening toch echt wat mee mis. Met de invoering van de Algemene Bijstands Wet in de jaren zestig, wordt het mensbeeld van armen weer veel neutraler. Wie zonder werk of inkomen zit, heeft dan ook zonder meer en zonder bedilzucht recht op een uitkering. Tegenwoordig denken we graag in talenten. Het past bij het positieve mensbeeld dat iedereen iets kan, als hij zijn talenten maar benut.
"Mensbeelden blijken in onze geschiedenis zeer bepalend voor de oplossingen die gekozen worden", zegt Thissen. En: "Politici verbeelden zich dat hun construct dé oplossing is op dat moment voor alles en iedereen. Maar: "Mensen die bij ons aankloppen en -klopten hebben het vaak allemaal nodig: én de koopkracht van de jaren 70/80, én de speciale banen van de jaren negentig, én de arbeidsbemiddeling van nu, én de bemoeizorg van de jaren 50/60, en soms zelfs de verwijzing naar eigen verantwoordelijkheid van de jaren dertig en nu."
Thissen hoopt dan ook op een inclusief mensbeeld in de toekomst waar ruimte is voor diversiteit en maatwerk. En op wetten die dat mensbeeld ondersteunen. Concreet betekent dat dat we als sociale diensten mensen een combinatie kunnen bieden van inkomen, maatschappelijke hulp en hulp bij werk. "Uitvoering en politiek moet af van de beelden, en het zoeken naar het ene construct als panacee voor alles", besluit Thissen. "Alleen die onbevangenheid zal ons in staat stellen de hulpschreeuw van die ene mens te blijven zien."
- Speech Tof Thissen (pdf)
16:40 - Vroeger en nu en 75 jaar Divosa
Oud bestuursleden, medewerkers en mensen uit de sector sociale zekerheid kijken terug op 75 jaar Divosa.
Loes Neeft was eind jaren negentig voorzitter van Divosa en herinnert zich uit die tijd dat er altijd een spanning was tussen rijk en gemeenten. "Het was een hele toer om de eigen ideeën goed voor het voetlicht te brengen." Gevolg was wel dat gemeenten soms te veel met de rug naar Den Haag gingen staan. Dat is inmiddels wel veranderd, vindt ze. "We hebben uiteindelijk voor een transparante koers gekozen."
Gerard Galema is al sinds 1978 bureaumedewerker bij Divosa. Hij heeft veel voorzitters zien komen en gaan. Opvallend is in ieder geval dat het bureau een grote groei heeft doorgemaakt in personeel. Maar: "Het is nog steeds een vriendenclub." Hoewel niemand tijdens vakanties nog kaartjes stuurt uit verre oorden die geadresseerd zijn aan "De familie Divosa."
Annemarie Roggeveen, oud bestuurslid van Divosa, heeft bij Divosa altijd veel inspiratie gevonden. Inmiddels werkt ze in een andere sector en daar heeft ze ontdekt dat een netwerk als Divosa heel bijzonder is. "Dat heb je nergens anders. Het is een waarde die je niet kunt uitdrukken."
Jan Martens, loopt al een jaar of veertig mee in de sector. "Ik dacht begin jaren negentig nog dat er nooit meer wat zou veranderen, maar de wereld bleek niet stil te staan." Hij is altijd mee veranderd, vindt ontwikkelingen ook logisch. "Gelukkig dat ons netwerk altijd is blijven bestaan", besluit hij "want je hebt elkaar daarin ook nodig".
Rien Hazebroek, oud voorzitter van Divosa, loopt ook al wat langer mee. Hij ziet de sector ook steeds veranderen: ten goede en ten slechte. "We hebben genavelstaard en ons georiënteerd op de samenleving." Tegenwoordig zit Divosa gelukkig aan de goede kant. "Divosa heeft inhoud en smoel", stelt hij. Het is een vereniging met invloed. "Niemand kan er omheen."
16:55 - Jetta Klijnsma, Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
"We leven in roerige tijden", stelt Klijnsma. Vanwege de economische crisis kloppen er heel veel mensen aan bij de loketten op de werkpleinen. En na de zomer, denkt ze, zullen die aantallen alleen maar toenemen. "En zij hebben uw hulp brood en broodnodig", benadrukt de staatssecretaris.
"Ze vragen zich af hoe hun perspectief eruit ziet en hoe ze de tering naar de nering kunnen zetten." Maar niet alleen voor de mensen, ook voor sociale diensten heeft de crisis een impact, zegt Klijnsma. Hebben sociale diensten de laatste jaren heel veel mensen aan het werk geholpen, nu meldt een deel daarvan zich weer aan de balie. "Het is natuurlijk niet leuk om te zien dat deze mensen nu terugkomen per kerende post." En dan komt daar binnenkort ook nog een hele stapel schoolverlaters bovenop, voorspelt ze.
Wet investering jongeren
Klijnsma hoopt dat Divosa als "onontbeerlijke partner" mee kan helpen bij de invoering van de Wet investering jongeren zoals Divosa een aantal jaren geleden ook heeft geholpen met de invoering van de Wet werk en bijstand. Ze kent de kritiek op de Wet, had in het begin ook haar twijfels, maar is nu helemaal om. "De afgelopen maanden ben ik tot de conclusie gekomen dat de wet voor jonge mensen zelf heel handig is. Zij hebben recht op werk op scholing. Zij mogen daar bij de gemeente om vragen." Klijnsma wil zo voorkomen dat er zoals in de jaren tachtig een hele generatie jongeren ontstaat die de boot mist.
"Onze toekomst, daar verheug ik me zeer op", besluit Klijnsma. "Ik heb in m’n oren geknoopt dat u niet te veel nieuwe regelgeving wilt. Laten we nu zorgen dat al die mensen die onze hulp nodig hebben dat ook krijgen. Stelselwijzigingen: nee. Samenwerking: ja."
18:00 - Godfried Engbersen, Hoogleraar Sociologie Faculteit Sociale Wetenschappen Erasmus Universiteit Rotterdam
Een vertoog over mensen
In het verleden heeft de maatschappij op heel verschillende manieren naar armen gekeken, vertelt Engbersen. Zij werden soms verheerlijkt en soms verafschuwd. Of iets er tussen in. Ze waren de belichaming van een mooi sober leven of gewoon heel erg dom. Ze waren slachtoffer van de omstandigheden en een zieke omgeving, of ze hadden het aan zichzelf te danken. Tegenwoordig kijken we wat neutraler naar armoede. Het gaat om waardigheid en vrijheid. "Armen zijn burgers als ieder ander die we decent moeten benaderen", verklaart de Rotterdamse socioloog.
Ook het bijstandsbeleid heeft altijd vele gezichten gekend. Het kon bureaucratisch zijn (planning en control), marktgericht (financiële prikkels), geënt op de zelfredzaamheid van mensen (civil society) of fatalistisch (we doen niets meer). Volgens Engbersen hebben al deze vormen van beleid nooit de ideale oplossing geleverd. De klant (of de mens in armoede) stond nooit centraal en werd verdrukt door regels, prikkels en dwang. Engbersen is dan ook blij met het nieuwe beleidsantwoord uit de koker van sociale diensten: Erop af!
Erop af
Erop af betekent dat sociale diensten naar de burger toe gaan en actief ondersteuning aanbieden. Een goeie zaak vindt Engbersen: "De kloof tussen klant en sociale dienst moet dicht. Laten we onderkennen dat de bureaucratie, de markt en de gemeenschapszin van de civil society niet de oplossing waren." Maar waarschuwt hij: mensen moet je wel met tact opzoeken. "We moeten het idee van ‘erop af’ niet al te nadrukkelijk implementeren. We moeten mensen wel in hun waardigheid laten."
Erop af dus. Maar wel met wat tact. Alle moralistische ideeën moeten we thuislaten. In plaats daarvan moeten sociale diensten de instrumenten meenemen die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld op het gebied van participatie en anti-armoede beleid. "Wees eigenzinnig en non-conformistisch", roept Engbersen nog even op. "Sla de brug naar de burger… Dat komt de effectiviteit van het werk ten goede."
11 juni
09:40 - Aleid Wolfsen, Burgemeester gemeente Utrecht
Welkomswoord
"Divosa, van harte gefeliciteerd met uw 75e verjaardag." Met felicitaties begint Aleid Wolfsen zijn welkomstwoord op het Divosa-congres. Hij roept de congresgangers op om een rondgang te maken door de Domstad. Er zijn genoeg plekken in de stad waar de geschiedenis van de armoede is terug te lezen.
In de Middeleeuwen deelden kerken na de mis brood uit. Soms braken de hongerigen al tijdens de dienst naar binnen om het op te halen. De Jacobikerk deelde bijvoorbeeld brood, een half pakje boter en een halve stuiver uit. In de Agnietenstraat bouwden rijke weduwen 12 huisjes voor de huisvesting van hun minder gelukkige lotgenoten. En in de Oudaen konden arme vrouwen tot 1958 onderdak vinden. In ruil daarvoor moesten zij spinnen en breien. Mannen moesten collecteren voor de kerk.
"Maar als u dat bezocht heb, wilt u de mooie moderne instellingen ook zien", denkt Wolfsen. Hij roept de congresgangers op ook naar het jongerenloket te gaan dat succesvol is geëvalueerd. Of naar de sociale dienst aan de Jacobistraat waar mensen voor van alles terecht kunnen: van schuldhulpverlening tot een uitkering of re-integratie. Eén conclusie zullen de congresgangers uit die rondgang in ieder geval kunnen trekken: "Er zijn betekenisvolle stappen vooruit gemaakt. En daar heeft u aan bijgedragen. Veel dank daarvoor."
09:55 - Herman Tjeenk Willink, vice-President Raad van State
De sociale dienst in viervoud
Tjeenk WillinkEen bureaucratische, bedrijfsmatige logica heeft bezit genomen van publieke diensten, constateert Herman Tjeenk Willink. Door het ontbreken van een duidelijke politieke koers, gaan zij steeds bedrijfsmatiger werken. Een tussenlaag van rekenmeesters, onderzoekers, adviseurs en procesmanagers beheerst het werk. En bij problemen wordt die tussenlaag alleen maar dikker, komen er alleen nog maar meer rekenmeesters, onderzoekers, adviseurs en procesmanagers. Die tussenlaag vertroebelt het contact tussen het politieke bestuur aan de ene kant en frontlijnwerkers en burgers aan de andere kant. "In deze laag gelooft men in de eigen sturingsmogelijkheden van producten en prestatie-metingen… U herkent het want u maakt er deel van uit."
Doorbreken
Hoe kun je deze ontwikkeling doorbreken? Ten eerste door zoveel mogelijk beleid te decentraliseren. De gemeentelijke overheid staat immers dichter op de burger en is beter in staat om oplossingen op maat te vinden voor specifieke problemen. Nederland heeft een traditie op gebied van decentralisatie, vertelt Tjeenk Willink, maar een "permanente tegendruk" tegen een centralistische ontwikkeling is nodig. Het rijk heeft de neiging om taken naar zich toe te trekken. Dat moeten we niet toelaten. En dus stelt Tjeenk Willink:
"Decentraal moet, tenzij het alleen centraal kan."
Maar met decentralisatie alleen is de verbinding tussen politiek en burger niet hersteld. "Omdat lokaal bestuur dicht bij de mensen staat, moet het met hen willen debatteren en hen willen overtuigen." En daar kan een sociale dienst een bemiddelende rol in spelen. Niet door bezig te zijn met marktwerking, winst en groei, want dan wordt het algemeen belang een randvoorwaarde, dan vervaagt het besef van de publieke functie van een sociale dienst. Nee, sociale diensten moeten "de ogen en de oren van de samenleving zijn".
Waardevol contact
Maar willen sociale diensten de ogen en de oren van de samenleving kunnen zijn, dan moeten zij wel een waardevol contact hebben met die burger. En dat kan nog een probleem zijn, denkt Tjeenk Willink. "Hoeveel publiek geld gaat er naar het primaire proces", vraagt de vice-voorzitter van de Raad van State. Daar vindt het contact plaats. "En hoeveel geld gaat naar management, beheer en toezicht?" Burgers worden steeds meer cliënten die producten afnemen. Hun rol als burger vervaagt. En die beweging lijkt zich alleen maar verder door te zetten, want nieuwe taken van publieke diensten gaan onherroepelijk gepaard met bezuinigingen.
"Een democratische staat kan niet zonder zelfbewuste burgers", benadrukt Tjeenk Willink nogmaals het belang van waardevol contact. "Burgers en organisaties van burgers moeten ook naar eigen inzicht een bijdrage kunnen leveren aan het publieke belang." Burgers moeten het gevoel hebben dat de overheid doet wat zij vragen, dat de overheid doet wat nodig is. Dat evenwicht tussen markt overheid en samenleving lijkt verloren te zijn. Het is mede aan sociale diensten om dat te herstellen. Dat kan niet met meer protocollen en modellen, dat kan niet met meer managers. "Is de managementcultuur niet iets te ver doorgeslagen?", vraagt Tjeenk Willink zich af. "De vraag stellen is ‘m beantwoorden", besluit hij.
- Speech Tjeenk Willink: website van de Raad van State
10.20 – Anne-Mei The
Efficiency versus echte aandacht
Anne-Mei The, cultureel antropoloog, auteur en directeur van de Martha Flora huizen, (verpleeghuizen gespecialiseerd in zorg voor mensen met dementie en Alzheimer) neemt ons mee in haar wereld, de wereld van de verpleeghuizen. "Ik hoop dat er herkenning is."
- Toespraak Anne-Mei The (pdf)
11:30 - Tof Thissen
Van betekenis
Tof Thissen"Er is soms maar heel weinig nodig om de balans in je leven te verstoren", zegt Tof Thissen. Je verliest je werk of je orders en plots sta je aan de balie van het werkplein. Laatst stond Thissen er zelf nog. Hij vertrekt immers bij Divosa en moet dit najaar op zoek naar nieuw werk. Bij het werkplein in Roermond kreeg hij de droge melding dat hij er erg vroeg bij was. Daarnaast kreeg hij een handleiding van 7 pagina’s mee – daarmee kon hij zich digitaal inschrijven.
Het is tekenend voor de sociale zekerheid, vindt Tof Thissen, dat regels en systemen vaak belangrijker zijn dan het persoonlijk contact. Het is de wetgever die dat aan ons vraagt, zegt hij. Zijn passie is echter dat de uitvoering weer de parel wordt van de sociale zekerheid en dat die serieus wordt genomen. "Want als ergens de burger de overheid ontmoet dan is dat in het klaslokaal, in een verzorgingstehuis en in de spreekkamer van de sociale dienst. Daar kan de overheid van betekenis zijn."
11:45 - Micha de Winter, Faculteitshoogleraar Maatschappelijke Opvoedingsvraagstukken Universiteit Utrecht
De enorme betekenis van verbinding
"Iedereen is op zoek naar betekenis en verbinding", zegt Micha de Winter. "Iemand zijn, erbij horen, dat is een enorm belangrijke drijfveer voor mensen." Onderzoek toont keer op keer aan dat kinderen die opgroeien in een sfeer van verbondenheid het in elk denkbaar opzicht beter doen dan andere kinderen. Ze leren beter, ontwikkelen zich beter en lopen veel minder kans om crimineel te worden of met drugs in aanraking te komen. "De verbindingen zijn zo belangrijk geworden dat ze die niet in de waagschaal willen stellen. Ze vormen een buffer tegen probleemgedrag."
Hoewel verbondenheid voor kinderen zo belangrijk is, bieden we het steeds minder. Uit efficiency-overwegingen worden scholen steeds groter. Bovendien praten we vooral over jongeren in termen als "ze weer in het gareel krijgen". Dat werkt niet, stelt De Winter. "Misschien scoren we nu op de korte termijn, maar we zijn ontbindend bezig als we jongeren vertellen dat ze niet deugen en een potentiële risicogroep zijn. Als we dat blijven doen, dan moeten we niet verbaasd zijn als het tot uitwassen leidt en er een generatie ontstaat die zich afkeert van de samenleving."
Verbinding
Om de verbinding weer terug te brengen in de klas en op school, werkt De Winter mee in een groot project waar kinderen op school worden opgevoed tot democratische burgers. "Een van de eerste dingen die we kinderen leren is om op een andere manier met conflicten om te gaan." Kinderen worden mediators. Daar bovenop leren ze ook nog eens te vergaderen en naar elkaar te luisteren. "We brengen een soort van mini-democratie tot stand. Het is een ongelofelijk belangrijke manier om kinderen zo het gevoel te geven dat ze erbij horen en meetellen." En het werkt: leerlingen en ouders zeggen dat de sfeer is verbeterd.
Wat betekent dit verhaal nu voor het werk van sociale diensten? Simpel. Ook sociale diensten kunnen verbindend bezig zijn. Een sociale dienst moet zich dus niet alleen met die individuele cliënt bezig houden, maar met de hele omgeving waarin een cliënt opereert. "Kindermishandeling wordt gezien als een individueel probleem, maar als je onderzoek doet, dan blijkt dat maatschappelijke factoren een belangrijke rol spelen bij geweld in gezinnen." Armoede en werkloosheid zijn indicatoren. Maar ook het wonen in een wijk waar mensen elkaar niet kennen. "Als we dat nu weten dan is het van de gekke dat we die problemen ook niet aanpakken.
13:30 - Ontmoeting & Verwondering
Op pad met Wijk in bedrijf
Margriet Stuurman en Oscar van der Ende van Wijk in Bedrijf hebben ons meegenomen naar drie ondernemers in de wijk Lombok. Kaasboer Monthy, groenteboer Memeth en Saïd, eigenaar van de buurtsuper. Monthy heeft een kaaswinkel overgenomen van Rob, die de winkel al meer dan 20 jaar bestierde. Monthy wist niks van kaas en heeft veel moeten leren. Nu is hij inmiddels vier jaar bezig en de zaak loopt goed. Naast het verkopen van kaas heeft de winkel voor hem ook een sociale functie. Zo leert hij beetje bij beetje zijn klanten kennen.
Memeth is sinds een half jaar groenteboer. Nadat hij is afgestudeerd aan de Universiteit van Wageningen heeft hij een winkel overgenomen in de Kanaalstraat. Groente verkopen in deze buurt is lastig. Er is veel concurrentie. Daardoor moet Memeth regelmatig zijn prijzen verlagen. Uiteindelijk hoopt hij dat zijn broertje de zaak kan runnen en dat hij in de tuinbouw kan werken.
Saïd heeft al ruim 15 jaar een eigen zaak. Hij is lid van de lokale winkeliersvereniging. Hij ziet dat er in korte tijd zaken komen en zaken gaan en dat is niet goed voor de buurt.
Wijk in Bedrijf gaat regelmatig bij deze ondernemers langs om te peilen hoe het gaat met hen en de buurt.
In het kantoor van Wijk in Bedrijf, midden in de wijk Lombok, vertelde Margriet wat meer over de stimulering van de wijkeconomie. Wijk in Bedrijf is 1 loket voor alle ondernemersvragen in Utrecht. Zij begeleiden, adviseren en geven workshops aan ondernemers. Het kan om een gesprek gaan of soms wel twintig. Medewerkers van Wijk in Bedrijf lopen door de buurt en praten met ondernemers. Mensen als Monthy, Memeth en Saïd zijn helemaal zelfstandig gestart, zonder hulp van Werk in Bedrijf. Zij vervullen een belangrijke rol als ambassadeur in de hoop dat ondernemers die wel vragen hebben hun weg weten te vinden naar Wijk in Bedrijf. Door gesprekken met Memeth krijgt hij indirect begeleiding. Bijvoorbeeld het advies dat hij zich moet gaan onderscheiden omdat er zo veel groenteboeren zijn in Kanaalstraat. Dat gaat vroeg of laat de kop kosten voor een aantal van hen. Inmiddels heeft Werk in Bedrijf 250 klanten.
16:45 - Praktische aanpak crisis en arbeidsmarkt
Paneldiscussie met Menno Fenger, Marco Wilke en Ton Wilthagen onder leiding van Pieter Hilhorst
De panelleden discussiëren over de crisis. Ondanks de problemen die de crisis oplevert, schept deze ook kansen. Volgens Wilthagen zijn het bijvoorbeeld bouwstenen voor de hervorming van de arbeidsmarkt. Maar wat te doen. Menno Fenger wil die veranderingen graag in gang zetten, te beginnen bij het onderwijs. Al het geld dat nu naar re-integratie gaat, kan beter naar scholing gaan. Volgens Marco Wilke moeten sociale diensten echter bij hun kerntaak blijven. Ton Wilthagen wil daar echter niet aan. Hij ziet graag dat de sociale dienst niet meer het afvoerputje van de samenleving is. "Je moet meepraten op het moment dat je nog dingen kan voorkomen."
- Presentatie Menno Fenger (pdf)
17:00 - Thijs Homan Bijzonder Hoogleraar Organisatieverandering Faculteit Managementwetenschappen Open Universiteit Nederland en Hoogleraar Nyenrode
Verandermanagement: de kunst van het nietsdoen (is heel hard werken)
Verandertrajecten zijn in de mode. Maar hoe krijg je mensen zover om te veranderen? Door nieuwe werkwijzen ‘uit te rollen’ en ‘te managen’? Door acties te plannen en die vervolgens goed te communiceren? Door nog meer te communiceren als de interventies niet leiden tot de gewenste veranderingen?
Nee, zegt Homan, dat werkt voor geen meter.
Hij ontdekte dat toen hij ooit op de wc zat van een bedrijf waar hij een traject begeleidde. De mannen achter de pisbakken waren op een negatieve manier aan het praten over het traject en de manager. Voor de show deden ze mee aan het verandertraject, maar eigenlijk geloofden ze er niet in. Verloren zaak dus…
Betekeniswolken
Als manager moet je rekening houden met deze ‘betekeniswolken’, vindt Homans. Betekeniswolken is wat er leeft in de wandelgangen. "Het is alles wat er gist en borrelt. Al het gedoe wat er mis is."
Een verandertraject kan alleen succesvol zijn als negatieve betekeniswolken oplossen. "Kijk welke betekeniswolken er in jouw organisatie hangen", zegt Homans. "Naar mijn idee zijn die het meest gedragbepalende voor wat er gebeurt in organisaties. Zolang die hetzelfde blijven, gaat de organisatie niet veranderen."
Loslaten
Maar een manager heeft geen invloed op die wolken. Ze zijn spontaan en oncontroleerbaar. Sterker nog: wie ze wil beïnvloeden met verandermanagement, bereikt het tegenovergestelde. "Naarmate je harder stuurt op die betekeniswolken, dan zul je zien dat ze stabieler worden. Medewerkers voelen zich dan niet erkend en gaan alleen spelen alsof ze veranderen."
Stop dus met veranderen, is de boodschap van Homans. "Het enige wat een manager kan doen is de wolkenwereld stimuleren zichzelf te veranderen." Het klinkt ingewikkeld, maar het is heel makkelijk. Als manager moet je loslaten en positieve ontwikkelingen (of wolken) stimuleren. "Kijk waar het borrelt, waar de voorlopers zitten en kijk of je die kunt steunen." Uitrollen is uit den boze. Je moet vooral goed luisteren en kijken en soms plannen loslaten en meebewegen met wat er is.
- Presentatie Thijs Homan (pdf)
17:40 - Marka Spit, wethouder Economische zaken, Sociale zaken en arbeidsmarktbeleid gemeente Utrecht
"Het re-integratiebeleid in Utrecht is mijn passie", zegt wethouder Marka Spit. Ze wil dat zoveel mogelijk mensen actief zijn in de stad en ze is trots dat ze inmiddels met een participatieladder werken. Het maakt nuances mogelijk, vertelt de wethouder. Het maakt mogelijk dat je verschillende projecten voor verschillende doelgroepen hebt. Projecten als work first, de 45+ beurs, werk 030 en het jongerenloket.
Spit is trots op haar re-integratiebeleid, vertelt ze. "In drie jaar tijd hebben we een grote teruggang geboekt in het aantal bijstandsgerechtigden." Met de crisis gaat het aantal misschien weer stijgen, maar daar moeten we ons niet door laten ontmoedigen, vindt ze. "De rol van gemeenten is nu meer van betekenis dan ooit. Het is belangrijk dat we er tegenaan gaan. Wacht nog even met onder een steen kruipen, er zijn nog vacatures!"
12 juni
09:40 - José Manshanden, Directeur Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling gemeente Utrecht
De ontkokering voorbij
Jose ManshandenHoe houd je aandacht voor het primaire proces? Dat is de centrale vraag die José Manshanden zich stelt. Voor je het weet ga je als manager mee met de hectiek van de dag en heb je nauwelijks tijd meer voor je frontlijnsoldaten, de mensen die het echte werk doen. Gevolg is natuurlijk dat je jezelf een lousy manager vindt.
Uit onderzoek blijkt dat een goede manager een aantal simpele zaken in het oog houdt: zet de burger centraal, geef professionals de ruimte en gebruik een benadering gericht op leren. Tot slot moet je niet proberen om alles dicht te regelen. Wie wat vrije regelruimte inbouwt, kan reorganisaties voorkomen.
Voordurend proberen
Wie van de inhoud is, doet dit het beste. Je moet toch een beetje houden van het werk dat je organisatie verzet. "Hoe kun je medewerkers aandacht geven als je niet over hun werk kunt praten?" En wie wil dat medewerkers actief leren, moet dat dan ook zelf doen. "Je moet voorbeeldgedrag vertonen, jezelf kwetsbaar opstellen." Manshanden heeft daarom een coach die haar scherp houdt in haar werk.
"Managen is hard werken en voortdurend proberen", concludeert ze. In de sociale sector zijn de problemen taai en is het moeilijk om de resultaten die je behaalt concreet aan te wijzen. Tegelijkertijd zijn de verwachtingen altijd hoog gespannen. "We hebben een moeilijk vak, maar ook een mooi vak", zegt Manshanden daarover. Maar de sector redt zich wel: "We hebben ook een lange adem en heel veel hele goeie mensen." Daar is ze trots op.
10:05 - Pieter Moerland, lid Raad van Bestuur Rabobank Nederland
Betrokken, dichtbij en toonaangevend
Pieter MoerlandWat hebben banken en sociale diensten met elkaar gemeen? Niet veel, zou je in eerste instantie zeggen. Maar er zijn wel degelijk overeenkomsten. Beide organisaties hebben klanten die ze zo goed mogelijk willen bedienen en vooral vooruit willen helpen.
"Je moet mensen in beweging brengen", verwoordt Moerland één van de grondgedachten van zijn bank. Gisteren was hij nog op een bijeenkomst in Zeeland waar de Rabobank meedenkt over de ontwikkelingen in de recreatie-sector. "Natuurlijk zijn we een commercieel bedrijf", zegt hij, maar een coöperatieve bank als de Rabobank heeft ook de verantwoordelijkheid om mensen te helpen om een onafhankelijk bestaan op te bouwen.
Net als bij de sociale diensten is er bij de Rabobank ruimte voor couleur locale. Lokale Rabobanken hebben veel autonomie. "In Maastricht moeten ze Maastricht besturen. In Appingedam Appingedam. Wij geloven in ruimte voor het eigen initiatief." Als je mensen de ruimte geeft, zegt Moerland, dan zal er vanzelf iets goeds ontstaan.
10:30 - Margo Trappenburg, bijzonder hoogleraar Sociaal politieke aspecten van de verzorgingsstaat en overlegeconomie UvA, de zgn Drees-stoel
Ethiek voor managers
Publieke managers professionaliseren, weet Margo Trappenburg. Recent nog was ze bij een promotie van een promovendus die had beschreven hoe de zorg en de politie steeds meer overspoeld worden met cursussen, netwerkorganisaties, protocollen, cycli, jaarverslagen en begrotingen. "Publieke managers", zegt de bijzonder hoogleraar, "gaan steeds meer lijken op echte managers".
Maar wat is een goede manager nu eigenlijk? Daar zijn verschillende meningen over. Sommigen vergelijken de manager graag met een professional die een vrij beroep uitoefent. Denk aan een arts. Belangrijk kenmerk is dat deze professionals hun werk doen vanuit het besef dat ze een hoger doel dienen. Anderen vinden echter dat managers zich vooral moeten bezighouden met winst, omzet en marktaandeel. Of juist met dienstbaar zijn aan het publieke gezag, de politiek
Continuïteit en stabiliteit
Wat vindt Trappenburg zelf? Zij vindt dat managers vooral dienstbaar moeten zijn aan de professionals, de markt buiten de deur moeten houden en niet te veel moeten veranderen. Van veranderen raakt iedereen in de war, weet ze en dat is niet bevorderlijk voor de kwaliteit van de dienstverlening. Ze adviseert de hele zaal daarom om alle cursussen verandermanagement als de pest te mijden en eens op zoek te gaan naar een cursus continuïteit en stabiliteit.
Tot slot dicteert ze managers de volgende drie geboden. Eén: verdiep je in de waarden van de professionals op de werkvloer, koester die en richt je organisatie daar op in. Twee: ga niet te veel veranderen. "Er is niet één beste manier van organiseren. Alles heeft voor en nadelen. Ook de alternatieve ordening." Drie: doe niet mee met modes en trends die marktwerking propageren. "Laat je niet wijsmaken dat je elkaars concurrenten bent. Werk samen en laat je niet uitspelen."
Theo Berben, vice-voorzitter van Divosa, dankwoord aan Tof
"Laat ik beginnen met bekentenis", zegt Theo Berben. Wij vonden het een avontuur om in zee te gaan met een voorzitter van buiten de eigen kring." Maar alle zorgen blijken achteraf ongegrond: "Je hebt alle twijfels gelogenstraft."
Thissen heeft volgens Berben een sterke drijfveer: mensen in hun kracht zetten. En dat is volgens hem geen politiek statement, maar een fundamentele kijk op mensen. "Vanaf je aantreden is je boodschap niet veranderd, en alleen maar krachtiger geworden", complimenteert hij de vertrekkend Divosa-voorzitter.
Berben bedankt Tof Thissen voor zijn humor, warmte, energie en overtuigingskracht. En hij bedankt het thuisfront van Thissen dat Divosa hem deze jaren heeft mogen lenen. "Er is een oud indiaans gezegde", besluit Berben. "Wat je in je ziel heeft geraakt, raak je nooit meer kwijt. Wij raken jouw nooit meer kwijt, je blijft van betekenis voor ons en onze sector. Bedankt voor alles."
- Speech van Theo Berben (pdf)
11:50 - Tof Thissen
Op zijn plek, slotwoord en afscheidspeech
Regels staan ten dienste aan mensen, en niet andersom. Daar heeft Tof Thissen altijd voor gestaan. "Je moet mensen niet opsluiten in een regeling, maar bij de samenleving betrekken. Elk mens kan iets. Ik wil af van de parkeerhavens waar we sinds jaar en dag mensen met beperkingen neerzetten."
Inmiddels is er op de werkpleinen en bij sociale diensten een beweging gaande waarbij zijn droom steeds meer werkelijkheid wordt. "We hebben het op de werkvloer werkend gekregen." Piketpalen en machtstructuren hebben ingeschikt voor aandacht en liefde voor de klant. "De muren zijn geslecht, en trek ze alstublieft nooit meer op", roept hij de congresgangers op.
Stromen verleggen
Eigenlijk zou Thissen nog geen afscheid willen nemen, bekent hij. Er is nog zoveel te doen in deze tijden van crisis. Bovendien valt het hem zwaar om afscheid te nemen van een passie en een ‘familie’. "Ik ben nog niet uitgewerkt, nog niet klaar", zegt hij. Er zijn nog zoveel vanzelfsprekendheden die omver moeten, stromen in rivieren die verlegd kunnen worden, mensen die in hun kracht kunnen worden gezet…
Thissen zal zijn droom en zijn passie via een andere weg blijven verwezenlijken, vertrouwt hij de mensen in de zaal toe. Hij roept hen allen op om te blijven komen naar Divosa-bijeenkomsten. Om van elkaar te leren en elkaar te scherpen zoals zij ook hem altijd gescherpt hebben. "Als boegbeeld zou ik flets geweest zijn als jullie niet zo actief en bevlogen jullie kennis op mij hadden geplakt."
Het gaat u goed
"Jullie die ik ken, mij zo dierbaar. Jullie gaven mij het gevoel op mijn plek te zijn. Reisgenoten van het leven, dankjewel voor alle sterren die jullie mij lieten ontmoeten, voor de ideeën, voor de werkelijkheid die jullie mij lieten zien."
"Bedankt, het gaat u goed."
Foto's






























